Corona en onderwijs: Coronafabriek Nederland

Coronascholen

In aanloop naar de derde golf gaan de basisscholen weer open

Vooruitlopend op het Catshuisoverleg van zondag, mocht demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra afgelopen vrijdag alvast een cadeautje uitdelen. Na weken van enorme stress vanwege het thuisonderwijs, worden ouders eindelijk van hun loden last bevrijd: de basisschoolkinderen mogen weer naar school, iets waar ouders “reikhalzend” naar uit zouden kijken.

De NOS zat er bovenop: nog voordat het OMT advies door de OMT-leden gezien was, bracht de omroep het nieuws al naar buiten. Het nieuws werd door onbekende bron naar buiten gelekt. Uit onvrede over deze gang van zaken besloot het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg Infectieziektenbestrijding (BAO) om het OMT advies niet te beoordelen op wenselijkheid en haalbaarheid. De crisisstructuur werd daarmee onderuit gehaald, maar dat weerhield het kabinet er niet van het besluit toch door te drukken: demissionair onderwijsminister Slob mocht bij Op1 de bijzonderheden vertellen.

[D]e huidige situatie [is] nog ronduit zorgelijk. Het RIVM heeft verschillende scenario’s voor versoepeling van de maatregelen doorgerekend, toegespitst op de heropening van onderwijs. Deze scenario’s leiden allemaal tot een forse toename van de druk op de zorg en zijn bovendien omgeven met zeer grote onzekerheidsmarges …

Brief Jaap van Dissel nav 98e OMT Advies

OMT Advies

Bij Op1 vertelde Arie Slob dat er absoluut geen sprake was geweest van politieke druk op het OMT om een positief advies af te geven voor het heropenen van de basisscholen. Volgens Slob werd het politieke besluit genomen op basis van de medische kennis van het OMT met betrekking tot de risico’s, onder andere het onderzoek naar de verspreiding van de Britse variant via een basisschool in Lansingerland. Op televisie mag je alles roepen blijkbaar, want de gemiddelde kijker duikt nou eenmaal niet in de onderliggende rapporten. Wat Slob zegt is dus sowieso waar.

Volgens Slob zou uit de onderzoeken blijken dat “…kinderen toch veel minder bijdragen aan de verspreiding van het virus, dat geldt ook voor de Britse variant.” Maar blijkt dat ook daadwerkelijk uit het OMT advies? Nee. In het OMT advies staat dat besmetting met de nieuwe VK-variant kan leiden tot meer transmissie van het virus vanuit kinderen, maar dat er geen aanwijzingen zijn dat kinderen eenzelfde rol spelen als bij influenza. Verspreiding via kinderen zal dus voorkomen, hoewel ze door het OMT niet als de grote motor van transmissie worden beschouwd.

Onderzoek naar kinderen in Lansingerland

“Het feit dat kinderen besmet met de VK-variant vaker klachten lijken te hebben, kan leiden tot meer transmissie van het virus vanuit kinderen, in vergelijking met het klassieke wildtypevirus. Kortom, het Lansingerland-schoolonderzoek toont dat kinderen besmet kunnen raken en, waarschijnlijk vaker dan na besmetting met de klassieke variant, ook klachten ontwikkelen. Deze klachten zijn over het algemeen milder dan die bij volwassenen. Besmette kinderen kunnen het virus doorgeven binnen een huishouden en ook op school, en waarschijnlijk mede doordat zij vaker klachten ontwikkelen, gaat die doorgifte wat sneller en uitgebreider dan bij het klassieke wildtypevirus; dit resulteert in een toegenomen Rt-waarde.”

98e OMT Advies

Over de epidemiologische situatie in Nederland laat het OMT er geen misverstand over bestaan: “De meest gunstige prognose betreft de situatie waarin de maatregelen die op dit moment gelden worden gecontinueerd. Met deze sombere voorspelling in gedachten, meenemend de zorgen rondom de mogelijkheid snel te kunnen vaccineren en de onzekerheid wat betreft de effecten van de huidige aangescherpte lockdown, met name op de verspreiding van de VOC 202112/01-variant, is de situatie kwetsbaar en de omstandigheden niet gunstig als uitgangssituatie om versoepelingen door te gaan voeren.”

Een aantal OMT leden acht de risico’s op dit moment te groot om positief over een versoepeling te willen adviseren. “Zij zouden de situatie liefst eerst nog een aantal weken willen volgen, onder voortzetting van de huidige maatregelen.” Het OMT tekent aan dat, op grond van de modelleringen, dit een reëel risico oplevert voor verdere toename van ziekenhuis- en IC-opnames. En dan komt het. Het OMT stemt toch in met een advies om het primair onderwijs en de kinderopvang te heropenen. Niet op biomedische gronden, maar op grond van “diverse maatschappelijke afwegingen”, ondanks de risico’s die dat met zich meebrengt op verspreiding van het virus. Geen (bio)medisch advies dus. En dat is gek, aangezien het OMT enkel bestaat uit “specialisten en experts met verschillende achtergronden en kennis over de desbetreffende ziekte”. Experts uit de (bio)medische vak- en kennisgebieden, geen experts in de antropologie of sociologie. Toch weet het OMT zeker dat er “dringend ruimte gewenst is voor perspectief en enige versoepeling” en dat dat gezondheidsrisico’s overstemt.

Mediahype bepaalt de maatschappelijke afwegingen

Als antropoloog vraag ik me af: hoe komen ze tot deze conclusie, want ik zie een veel complexer maatschappelijk plaatje dan het door (onder andere) de piepkleine Stichting Voor Werkende Ouders geschetste beeld dat de “vlaggen uitgaan en dat ouders massaal blij zouden zijn dat de kinderen weer naar school gaan, zodat ouders weer normaal thuis kunnen werken.”

Sinds april doe ik onderzoek naar de corona-epidemie in Nederland en inderdaad, ouders die “ernaar uitkijken dat kinderen weer naar school kunnen” kom ik in mijn onderzoek ook tegen. Maar de bezorgdheid overheerst. Zeker met de opkomst van de Britse variant. Bovendien spelen er heel wat maatschappelijke problemen rond het risico dat kinderen het virus mee naar huis nemen, waar je in de media nooit iets over hoort. De media bepalen het beeld en trekken zo’n piepkleine stichting met nauwelijks bereik en die geen enkel rapport publiceert, keer op keer van stal om maar te bevestigen: ouders zijn hun kinderen liever kwijt dan rijk. De werkelijkheid is heel gevarieerd en bovendien radicaal anders dan je uit de mediahypes rond kinderen tijdens coronatijd zou denken.

School is een wondermiddel

Ik krijg regelmatig het verwijt dat ik niets zeg over de veronderstelde leerachterstanden, toename van zelfmoordpogingen, een toename van ernstige eetstoornissen en andere problemen die met name jongeren zouden ondervinden door de coronamaatregelen. Deze problemen worden echter al uit ten treure belicht en wat we makkelijk vergeten: aandacht voor de kinderen en jongeren waar het gewoon goed mee gaat tijdens deze pandemie is er helemaal niet meer. Er ontstaat een verwrongen beeld van de situatie van kinderen en wie later de geschiedenis over de pandemie wil schrijven, kan haast niet anders dan concluderen dat het met alle kinderen van Nederland heel erg slecht gaat. En dat beeld, zie ik niet bevestigd in de werkelijkheid.

Omdat het debat zo enorm verhit is moet daar uiteraard de kanttekening bij; we mogen absoluut niet blind zijn voor jongeren met problemen. Maar zeg eerlijk: is les op school dan echt de enige oplossing die we voor hen kunnen bedenken? Sinds wanneer is school de oplossing voor werkelijk alles? En geloven we echt dat alle problemen onder jongeren als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen zolang die schooldeuren maar weer opengaan? Geen eetstoornissen meer? Geen depressies meer? Poef, verdwenen? Of poef, weer een stukje uit het zicht van de ouders verdwenen? En is dat, indien het laatste het geval is, nou goed of juist niet? Grote problemen als een eetstoornis, of zware depressies ontstaan namelijk niet in een paar maanden tijd.

De pandemie vergroot problemen uit die vaak al bestonden en in sommige gevallen worden ze nu juist meer zichtbaar voor ouders. Voor sommige jongeren is het zelfs een geluk bij een ongeluk dat ze nu meer tijd met hun ouders doorbrengen. Voor kinderen die mishandeld worden geldt precies het tegenovergestelde, maar die kinderen zijn na schooltijd ook thuis bij hun mishandelende ouders. Dat was voor de meesten van hen ook al zo vóór de pandemie begon. Gelukkig voor hen is er nu aandacht voor. Of is dat wel zo gelukkig? Want eigenlijk worden ze slechts misbruikt als chantagemiddel om die schooldeuren weer te openen. Dat is niet nobel, maar vreselijk naar. Maar nu er toch aandacht voor hen is, grijp in en doe iets waar ze daadwerkelijk mee geholpen zijn. Van kijk-, luister- en leescijfers die de media over hun rug scoren, worden zij echt geen haar beter. Om maar te zwijgen van politici die het lot en leed van deze kinderen naar zich toetrekken in gladde verkiezingspraatjes.

“Toch leek tijdens de eerste lockdown het huiselijk geweld in kwetsbare gezinnen niet toegenomen, zo blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Het gaat om gezinnen die in beeld zijn bij Veilig Thuis vanwege vermoedens van huiselijk geweld. Voor de coronacrisis bleek in 50,3% van deze gezinnen dat er sprake was van veelvuldig of ernstig geweld. Na de lockdown ging het om 53,3 procent van de gezinnen. Dit verschil is niet significant.”

Onderzoek Verwey-Jonker Instituut – November 2020

Als je het kinderen zelf vraagt…

Uit het PraatMee onderzoek van het Nederlandse Jeugdinstituut ontstaat een ander beeld van de problemen die kinderen tijdens de coronacrisis ervaren. Omdat we het hier over het basisonderwijs hebben, licht ik deze groep eruit. Maar liefst “76 procent van de kinderen tot en met 12 jaar die de vragenlijst invulden, vond de afgelopen tijd soms ook positief. Het was bijvoorbeeld rustiger in de klas, en ze hadden meer tijd met hun ouders.” Is het dan allemaal pais en vree onder de kinderen? Nee. De meeste kinderen jonger dan 13 jaar (94%) vond de afgelopen tijd “ook niet leuk”. Niet omdat ze tijdens lockdown niet naar school konden, maar met name “het afstand houden, het minder zien van opa en oma en de angst voor het virus worden als negatief gezien”. 

Uit een quickscan van de Kinderombudsvrouw net na de intelligente lockdown bleek dat kinderen opvallend vaak voordelen van het coronabeleid zagen. Natuurlijk gaven de kinderen niet aan dat ze het aller- aller- allerliefst voltijds naar school willen. Ze vonden het tijdens de intelligente lockdown fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker. Daarbij nam de stress in hun leven door de lockdown af. Geldt dat ook voor de kwetsbare kinderen? Volgens dit onderzoek wel. Omdat jeugdzorg minder vaak aanklopt, neemt dat spanning weg. Bij probleemgezinnen bleek veel druk verdwenen toen hulpverleners thuisbleven. Ten slotte waren er ook kinderen die juist blij waren om bij school weg te zijn: “degenen die uit de toon vallen bij hun klasgenoten of zelfs worden gepest, [werden] niet meer dagelijks geconfronteerd met hun problemen.”

Als je het de kinderen zelf vraagt, is een fijn en veilig thuis het belangrijkst.

Quickscan van de Kinderombudsvrouw

Veilige haven

De afgelopen maanden hebben we in de media door de strot geduwd gekregen dat kinderen jarenlange schade oplopen als ze niet naar school kunnen, omdat de school voor kinderen hun veilige haven is. Dat we ons niet heel hard op het hoofd krabben over deze stand van zaken, zegt veel over onze samenleving. Opvallend genoeg is er geen enkel onderzoek te vinden waaruit blijkt dat kinderen de school in grote getalen inderdaad als dé veilige haven in hun leven zien. Als je het de kinderen zelf vraagt, is een fijn en veilig thuis het belangrijkst. Voor veruit de meeste kinderen is hun thuis gelukkig ook fijn en veilig.

Het meest ongemakkelijke onderzoek naar het welzijn van kinderen komt van de Universiteit van Leiden. Waar de Raad van de Kinderbescherming en het Verwey-Jonker instituut geen toename zagen van kindermishandeling, zag de Universiteit van Leiden dat wel. Op basis van vermoedens van professionals in het onderwijs en kinderopvang die als informant fungeerden, zouden volgens het onderzoek naar schatting 40.000 kinderen tijdens de lockdown te maken hebben gehad met kindermishandeling. Bij een eerdere meting in 2017 ging het om 15.000 kinderen. Dat zou een forse stijging zijn, maar slechts bij 8,6% – of 3.440 kinderen – ontstond dat vermoeden tijdens de lockdown. Deze kwetsbare kinderen gaan tijdens de huidige algemene scholensluiting wel naar school voor noodopvang.

Dan is er nog één groep over: de kinderen die niet in beeld zijn bij de leerkracht, maar die wel kwetsbaar kunnen zijn. Dat is goed voorstelbaar, zeker niet ieder kind dat het thuis moeilijk heeft zal opvallen of hulp zoeken. Maar om hoeveel kinderen en jongeren gaat het dan eigenlijk? En staat dat aantal wel in verhouding met de gezondheidsrisico’s waar 1,5 miljoen kinderen en hun gezinnen aan blootgesteld worden? Stel dat het om nog eens grofweg 3.500 kinderen gaat. Daartegenover staan 3.647 kinderen die bij een pleeggrootouder wonen, wier levens een zeer dramatische wending kunnen krijgen als zij hun verzorger besmetten met het coronavirus. Bijvoorbeeld.

De samenleving zit complex in elkaar

Hoeveel kinderen er precies bij hun grootouders inwonen is niet bekend. Het CBS heeft één categorie voor kinderen die in een instelling wonen, samen met een broer of zus wonen en kinderen die (al dan niet samen met een ouder) bij de grootouders inwonen. In 2019 was dat 2,1% van alle kinderen. In 2019 telde Nederland bijna 3,4 miljoen kinderen jonger dan 18 jaar. Stel nu, en dan nemen we het even krap, dat 1% bij een grootouder inwoonde, dan hebben we het over 34.000 kinderen. Ook deze kinderen zijn als kwetsbaar aan te merken, aangezien hun grootouders een verhoogd risico lopen op een ernstig ziekteverloop als zij besmet raken. Die kinderen zijn van deze grootouders afhankelijk. Die kwetsbaarheid mag ook niet zomaar van tafel geveegd worden.

Bron: CBS

De manier waarop wij samenleven zit dus vele malen complexer in elkaar dan je zou denken. Verreweg de meeste kinderen wonen in een gezin met vader en moeder samen. Ongeveer 16% van de kinderen woont in een eenoudergezin. Dat zijn 544.000 kinderen die afhankelijk zijn van de zorg van één ouder. Wat als die ouder langdurig ziek wordt? Of sterft? De impact op deze kinderen zal enorm zijn. Tijdens een gezondheidscrisis moeten ook deze kinderen als kwetsbaar worden aangemerkt.

Eén op de drie Nederlanders is mantelzorger. Veel ouders van basisschoolleerlingen dragen naast de zorg voor hun kinderen, ook nog de zorg voor hun (schoon)ouders. Dat is zorg die niet zomaar overgenomen kan worden door formele zorgverleners, zoveel zorgpersoneel is er eenvoudigweg niet. Iets meer dan de helft van de ouders met baby’s en kleuters die gebruik maken van kinderopvang, laten de grootouders zeker 8 uur per week oppassen. Een derde van de ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd, laten de grootouders 8 tot 12 uren per week oppassen.

Kantar – Effecten van de coronacrisis op de kinderopvang

Een aardig weetje overigens, is dat toen de basisschoolkinderen vanaf 11 mei weer naar de opvang mochten, slechts 1 op de 3 ouders weer evenveel gebruik zegde te gaan maken van de (kinder)opvang als voor de lockdown. Gezinnen zijn na 11 mei minder gebruik gaan maken van gastouderopvang en de BSO, maar betaalden wel gewoon door.

De gezinnen die minder gebruik wilden gaan maken van de (kinder)opvang wilden dit in 35% van de gevallen omdat ze de opvang konden vervangen door thuis te werken. Ruim 1 op de 3 gezinnen wilde ook (misschien) niet meer evenveel gebruik gaan maken van de (kinder)opvang als voorheen. Hoeveel ouders hangen dan daadwerkelijk de vlag uit dat de kinderen weer naar school mogen? Dat zal in de praktijk wel meevallen.

De ouders hebben het moeilijker dan de kinderen

Vergeleken met de kinderen, hebben de ouders het wel moeilijker met de situatie dan hun kroost. Uit een peiling van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid blijkt dat een groot deel van de ouders de opvoeding momenteel als moeilijk ervaart. Bij de peiling in juni gaf de helft van de ouders aan uit balans te zijn “als het gaat om de balans tussen draagkracht en draaglast in de opvoeding van het kind”. Bijna de helft van de ouders vindt het volgens die peiling moeilijk om veranderingen en plotselinge gebeurtenissen op te vangen, waar dat voor de crisis 7,5% was.  

Uit onderzoek van Opvoedinformatie Nederland, Ouders & Onderwijs en Kassa blijkt dat ouders over het algemeen wel tevreden zijn met de maatregelen die scholen hebben genomen. “Twee op de drie ouders geeft aan tevreden te zijn met hoe het afstandsonderwijs door de school werd ingericht. Daarnaast is 70 procent van de ouders tevreden over het contact met de leraar in deze periode.” Wel ervaarden meer ouders (54%) meer stress door het afstandsonderwijs, terwijl 27% minder stress ervaarde. Van deze ouders denkt 40% dat hun kind minder goed leerde dan vóór de lockdown.

Resumerend: 76% van de kinderen vond de intelligente lockdown ook positief, terwijl 54% van de ouders meer stress ervaarde. Al met al, valt het mee. En dat iets minder dan de helft van de ouders níet meer stress ervaarde, mag ook best aangetekend worden.

Hoe ouder de jongere, hoe moeilijker de coronacrisis

In de leeftijdsgroep 13 tot 18 jaar zijn vooral de studie en de voortgang daarvan (40%) en het sociale leven (44%) punten van zorg. Veel jongeren (85%) uit het MBO hebben moeite met de coronamaatregelen. Vooral vanwege de invloed van de maatregelen op hun sociale leven en omdat spanningen thuis kunnen oplopen.

23% van de studenten ontvangt sinds de coronacrisis minder inkomsten uit arbeid. 40% van de bijna 15 duizend ondervraagde mbo-studenten kon minder werken of verloor zijn of haar bijbaan vanwege de coronacrisis. Bijna 40% geeft aan ondersteuning nodig te hebben om niet in financiële problemen te komen. Ongeveer 20% van de studenten maakt zich serieus zorgen over zijn/haar financiële situatie: “Studievertraging en het moeilijk vinden van werk en stages zorgen ervoor dat studenten minder snel aan een inkomen komen.”

Dus niet alleen school en opleiding vormen toch een behoorlijk probleem voor jongeren, met name hun sociale leven ligt stil en daarnaast worden zij economisch hard getroffen. Vergeleken met januari 2020, voor corona dus, is de werkloosheid onder jongeren gestegen met 3,8%. Hoe langer de pandemie voortduurt en hoe langer er restricties op de samenleving zullen zijn, hoe groter de problemen voor jongeren zullen worden. Die problemen los je niet op door de (basis)scholen open te gooien. Want zolang zij geen (bij)baan kunnen vinden omdat nog veel sectoren op slot zitten en de werkgelegenheid voor hen achteruitgaat, zullen zij problemen ondervinden in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid. Jongeren of jongvolwassenen boven de 18 kunnen zelfs in serieuze financiële problemen terechtkomen.

Testen en vaccineren van onderwijspersoneel

Bij deze besmettingsgraad en met de dreiging van de Britse variant die bovendien bescherming tegen ziekte door vaccinatie toch onzeker maakt, levert het openen van de basisscholen eigenlijk vooral problemen op. De kwetsbare kinderen mochten al naar de noodopvang. De aantallen kinderen in gezinnen met een kwetsbare ouder, die opvang nodig hebben van een grootouder, die met hun grootouders onder 1 dak wonen, die bij ouders wonen die mantelzorger zijn voor een oudere met een kwetsbare gezondheid of die zelf ziek kunnen worden, zijn vele malen groter dan het aantal kwetsbare kinderen in de basisschoolleeftijd die ‘buiten beeld’ zijn. Iets meer dan de helft van de ouders vindt het zwaar, maar gezien de tevredenheid van de kinderen blijkt dat zij het toch goed doen.

Maatregelen in het onderwijs zijn aardig bedacht, maar wat extra testen en voorrang bij vaccineren zal verspreiding via scholen niet voorkomen. In de eerste plaats natuurlijk omdat die vaccins nog lang niet voor handen zijn. Maar daarnaast biedt noch testen, noch een vaccinatie een veiliger werkomgeving. Testen en vaccinatie bieden beiden geen bescherming tegen besmetting en bieden dus – om er maar een oude favoriet in te gooien – schijnveiligheid. Het voorkomt dat een leerkracht lang thuis moet zitten of – in het geval van een vaccin – zelf niet meer ernstig ziek zal worden. Maar beide middelen bieden geen preventie. Testen voorkomt de besmetting niet en een vaccin ook niet, de besmette leerkracht weet dan snel of hij besmet is geraakt en wordt dan zelf niet ernstig ziek, maar hij draagt het nog steeds over op zijn gezin, die daar nog wel ernstige klachten van kunnen krijgen. En die gezinsleden kunnen het ongemerkt weer doorgeven aan anderen. Via mantelzorg aan de oudere ouders bijvoorbeeld, op bezoek bij een oudere in een verpleeghuis, of bij een broertje of zusje woonachtig in een instelling.

Voor zowel kinderen, hun ouders als hun leerkrachten zijn er ook andere manieren te bedenken om kinderen dat stukje sociale ontwikkeling mee te geven (denk aan buitenactiviteiten of sportwedstrijdjes) en in kleinere groepjes de nodige instructie-uren op school te bieden. Of misschien zijn er gepensioneerde leerkrachten die het leuk vinden dat digitaal te bieden. Of ouders, studenten, rekenwonders, wie dan ook met een talent voor uitleggen en wat persoonlijke aandacht, die bij willen springen om kinderen digitaal uitleg te geven bij het thuiswerk. Als de samenleving het welzijn en welbevinden van kinderen echt zo belangrijk vindt, zullen er vast ergens kantoren of horecagelegenheden met goede ventilatie zijn die ruimte ter beschikking willen stellen. Ik kan tientallen oplossingen bedenken, en waar een wil is, is een weg. Maar is die wil er eigenlijk wel?

Human Capital

Ik durf te stellen: nee, die wil is er niet. Dat het niet om het welzijn en welbevinden van kinderen gaat, is eenvoudig af te leiden uit de onvrijwilligheid om aan fysiek onderwijs deel te nemen. Als het het kabinet echt om de kinderen zou gaan, dan zou er een vrijstelling van schoolplicht komen voor kinderen die het thuis juist wel goed doen en zich juist beter voelen bij thuisonderwijs. Voor kinderen die vooral het contact met opa en oma missen. Voor kinderen met ouders in een risicogroep, of kinderen die zich gewoon zorgen om hun eigen gezondheid of dat van hun familieleden maken. Stel dat er dan toch leerachterstand optreedt, dan kan de school met de ouders overleggen over een jaartje doubleren. Zo erg is dat niet in crisistijd.

Leerachterstanden hebben sowieso niets te maken met de algemene ontwikkeling van kinderen. Ze hebben te maken met de complexe inrichting van onze maatschappij, onze wens die maatschappij te behouden zoals die is en kinderen vol te stoppen met de kennis waar wij van vinden dat ze erover moeten beschikken. Dat kan ook anders. We zouden bijvoorbeeld een hogere beloning kunnen geven aan de praktische beroepen, waardoor kansenongelijkheid ineens heel anders bekeken kan worden. Maar ook het onderwijs zelf kan anders ingericht worden. In Zweden bijvoorbeeld, of in Noorwegen, gaan kinderen pas naar de basisschool als ze zeven jaar zijn en halen die zogenaamde ‘achterstand’ (in vergelijking met de cognitieve vaardigheden met kinderen in landen waar kinderen eerder beginnen) binnen twee jaar in. De Noorse schoolsystemen staan bovendien hoger aangeschreven dan het onze. Leerachterstand is uiteindelijk een uitvloeisel van een systeem: het is een norm te behalen binnen een bepaald tijdsbestek. En die norm is niet vastgesteld op basis van de optimale ontwikkeling van kinderen, maar opgesteld op basis van maatschappelijke wenselijkheid. Laten we rustig aan doen. Ieder mens kan zich voorstellen dat het niet veel uitmaakt of een kind van tien jaar vandaag leert hoe je 1/3 x 2/4 uitrekent, of over een paar maanden.

Leerachterstanden hebben vooral te maken met de malle molen van de human capital fabriek. Kinderen moeten worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Ieder jaar dat zij vertraging oplopen, kost geld of levert praktische problemen op. Veel van die problemen zullen oplosbaar zijn; zo kunnen gepensioneerden tegen een aantrekkelijke beloning misschien een jaar langer doorwerken om tekorten in gespecialiseerde beroepen op te vangen. Dat prijskaartje is een habbekrats vergeleken bij de economische schade die we nu oplopen door lange perioden van restricties. Een verlies of vertraging in de opbouw van human capital kan echter ook tot stagnatie van economische groei leiden, waardoor er in de toekomst vermindering van welvaart kan ontstaan. En dat zijn serieuze problemen, die echter wel in het perspectief geplaatst moeten worden waar ze horen: het economische. Daar mogen de knappe koppen zich over buigen, want verlies van human capital door longcovid, door demotivatie voor een bepaald beroep, door burn-out en trauma, misschien zijn dat wel veel grotere problemen voor ons human capital dan afstandsonderwijs.

Dat human capital de voornaamste reden is dat het kabinet de scholen als laatste wil sluiten en als eerste weer wil openen, is overigens geen hypothese. Dit blijkt uit overheidsdocumenten:

“Onderwijs is de sector waarvan sluiting de grootste negatieve maatschappelijke en economische effecten met zich meebrengt. Op korte termijn, omdat ouders beperkt thuis kunnen werken. Op langere termijn, omdat er minder opbouw van human capital plaatsvindt, en de ongelijkheid toeneemt. Een sluiting van scholen nu betekent zeer waarschijnlijk dat er op zijn vroegst in januari wordt heropend, gezien de naderende kerstvakantie.”

Memo Catshuis briefing van 25 oktober

Coronafabriek Nederland

Als de besmettingen weer oplopen, is het een realistisch scenario dat de scholen eerst open-dicht-open-dicht en misschien zelfs weer allemaal dicht moeten en dat er dan zelfs voor de kwetsbare leerlingen geen onderwijs meer verzorgd kan worden. Hoe langer het virus de kans krijgt te muteren, hoe groter de kans wordt dat de huidige vaccins in ieder geval een update nodig hebben. Of wie weet, zijn ze straks gewoon niet meer werkzaam tegen nieuwe varianten. En dan begint alles weer van voren af aan. Die vaccins komen nu druppelsgewijs binnen, we zien hoe tergend langzaam het gaat. Willen we echt het risico lopen dat deze vaccins straks de vuilnisbak ingaan en we weer een jaar of langer achterop zijn?

Met de heropening van de basisscholen in deze situatie win je weinig en je verliest veel. Het zal mensenlevens kosten en veel langdurig zieken opleveren. Onder hen ook kinderen. De scholen dragen bij aan de verspreiding en zorgen dus automatisch voor een verlenging van de periode van restricties. Een langere lockdown, grotere schade aan de economie, en uiteindelijk zullen die faillissementen toch komen. Minder werkgelegenheid en de rekening van de coronacrisis, die mag deze generatie dan ook nog eens betalen.

Sommige ouders hebben nu meer geldzorgen dan voorheen. Hoeveel van die ouders zullen dat uiteindelijk op hun kinderen afreageren? Hoeveel kinderen komen er in slechte financiële omstandigheden terecht? Hoe zal dat uitwerken op hun schoolprestaties en hun kansengelijkheid? Jongeren en jongvolwassenen zitten nog langer thuis. Ouders zitten thuis. Kinderen kunnen niet naar hun grootouders. In principe. Maar ze kunnen naar school. En daar is dan ook meteen alles mee gezegd. Verjaardagsfeestje? Nee. Op schoolreisje? Uitvoering? Sportwedstrijden? Bioscoop? Eindmusical? Schoolvoetbal? Paasontbijt? Koningsspelen? Nee, nee, nee, nee. nee. Naast school is bijna alles nee. En dat voor een hele lange tijd. Zeg, beste ouders. Denken jullie nou echt dat dat het waard is?

Leven met het virus

Hoe langer de pandemie voortduurt, hoe groter de problemen zullen worden. Meer onrust, meer stress, meer burn-out (vooral in de zorg), meer rouw, meer trauma’s, meer persoonlijke drama’s omdat familieleden bijvoorbeeld niet in het huis van een overleden partner/ouder mogen blijven wonen, meer faillissementen, meer werkloosheid, meer rellen, meer polarisatie. Hoe dan ook, kinderen hebben dan misschien geen leerachterstand meer, maar ze komen in een samenleving terecht waar ze struikelen over de ellende en de problemen.

En hoe zit het voor hen straks met de doorstroom naar een vervolgopleiding? Want daar zal het gaan stagneren. Hebben ze nu ondanks alles door moeten werken op school om aan het einde van de rit toch met diploma deflatie te maken te krijgen? Wat waarschijnlijk al het geval zal zijn voor de ook nog jonge mensen die momenteel een vervolgopleiding volgen. We offeren heel wat op voor primair onderwijs op school. Waar het OMT een zeer zorgelijke situatie ziet op (bio)medisch vlak, zie ik die op maatschappelijk vlak. En inderdaad er is ‘dringend ruimte gewenst voor perspectief’, maar wel met een lange termijn visie. Niet het soort perspectief dat gebaseerd is op de hypes in de media en waar politici wat kiezers mee binnen denken te kunnen harken.

Het demissionair kabinet zal moeten kiezen. Het is niet toevallig dat samen met het nieuws over de heropening van de basisscholen gelijktijdig de discussie over ‘dor hout’ weer oplaait. Dat is namelijk precies wat het kabinet uitstraalt. ‘Leven met het virus’ zoals het kabinet dat noemt. Of zoals de strategie oorspronkelijk genoemd werd: het virus ‘gecontroleerd uit laten razen‘. Dat was al een zeer onverstandige keuze, maar met de verschillende varianten op de loer om de samenleving over te nemen en misschien nog wel verder te muteren, is het echt geen optie meer.

Met de basisscholen open zonder werkelijk adequate maatregelen, wordt Nederland één grote coronafabriek. Samenwerkend aan het human capital van de toekomst, terwijl het nù aankomend human capital nu geld moet lenen om opleiding of studie te betalen, en zit weg te kwijnen voor onbepaalde tijd. In de afgesloten sectoren zit veel kapitaal, zowel menselijk als niet-menselijk, dat verloren dreigt te gaan. Het is sparen voor een Nederlandse virusvariant en een kwestie van tijd totdat de vaccins niet meer werken. En sparen voor heel wat financiële ondersteuning voor mensen die omvallen. Dat is het ‘redden’ van – wat men vermoedt maar niet zeker weet – een paar duizend kinderen die niet in beeld zijn maar wel kwetsbaar en die we blijkbaar niet op een andere manier kunnen bereiken of helpen (hoeveel moeite of geld mag dat eigenlijk kosten?), uiteindelijk best waard.

PS. Die ventilatie voor de scholen, staat dat eigenlijk nog op de planning?

Kopfoto: jcomp/freepik.com

6 gedachten over “Corona en onderwijs: Coronafabriek Nederland

  1. Dank dank dank, Ginny!
    Hoe gaan we om met menselijk kapitaal?
    D.m.v. korte- en langetermijn visie!
    Ja, ventilatie op scholen. Regelen. Nu. Graag.

  2. Prima stuk precies de vinger op de zere plek en wat een arrogantie om een beslissing tegen beter weten in door te drukken, vroeger gaven de Romeinen het volk brood en spelen voor rust en goedkeuring en dat is nog niet zoveel veranderd

  3. Veel vragen. Heb je zelf kinderen? Dan weet je toch ook dat ze altijd zullen zeggen wat sociaal wenselijk is? Waarom gebruik je woorden als ‘uitentreure’ als het gaat over hoe de pijn van kinderen intussen wordt belicht? Wat denk je van middelbare scholieren en studenten? En war denk je van alle ontelbare mutanten die toch niet tegen te houden zijn. En waarover maar wat af wordt gespeculeerd door de virologen. En dan de hamvraag: hoe is het mogelijk dat een ziekte die bij 98% van de geïnfecteerden niet of nauwelijks werkelijke problemen geeft en voor rest vooral reeds zwaar zieke oude mensen treft, zo’n beslag legt op de rest van de wereld? Zij na ons zullen plaatsvervangende schaamte voelen over hoe we hier mee omgaan. De schade elders is en wordt enorm veel groter, bij ons in het westen al want laten we maar helemaal niet beginnen over de derde wereld.

    1. ze zijn er nog ondanks het falend beleid…de echte Ruttianen…Wie maakt eigenlijk het corona-beleid in Nederland!?
      Niemand…want dat beleid is gemotiveerd door het VVD-motto: “laat de vrije markt zijn werk doen…” daar helpen verkiezingen helemaal niets bij…

  4. Wie maakt eigenlijk het corona-beleid in Nederland!?
    Niemand…want dat beleid is gemotiveerd door het VVD-motto: “laat de vrije markt zijn werk doen…” daar helpen verkiezingen helemaal niets bij…
    Ter vergelijking: in italie zijn de scholen sinds kort weer open. Gisteren brachten de media het volgende -vertaalde- bericht:
    “Covid-infecties nemen toe op school: het grootste aantal gevallen op de basisscholen.
    Covid-infecties onder studenten en docenten nemen toe. In de eerste week waarin de leerlingen van alle scholen terugkeerden naar de klas (zelfs als die van de middelbare scholen dat maar voor 50 procent deden), tussen 25 en 31 januari, stegen de besmettingen met 124 eenheden, van 239 positieve ( 178 studenten en 61 medewerkers) van de vorige week tot 363: 267 studerende kinderen en 96 volwassenen. In quarantaine zijn daarentegen gegaan 3.254 (3.090 studenten en 164 medewerkers), dat betekent +879 vergeleken met de week ervoor. Aldus de gegevens van Ats Milano van de Regio Lombardia; kortom in één week tijd een toename van gevallen waarbij alle soorten scholen betrokken waren, van kleuterscholen tot middelbare scholen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *